frugaal: sober, matig, spaarzaam, eenvoudig
frugaliteit: soberheid, matigheid, spaarzaamheid, eenvoud
Frugaal.net is een bescheiden kennisbank over zaken die het trefwoord frugaal verdienen. De inhoud populariseert wetenschappelijke kennis, tracht niet ingewijden op het goede spoor te zetten en illustreert — waar mogelijk en relevant — de theorie met concrete praktijk. Meer hierover in onze ‘wie, wat en hoe?’
“Ik vind het heerlijk om naar de markt te gaan en te
ontdekken hoeveel dingen ik niet nodig heb om gelukkig te zijn.”— Socrates —
Een leefstijl kan frugaal zijn, maar ook technologie en innovatie kunnen frugaal zijn. Hierbij wordt steeds de verhouding tussen doel en middel — behoefte en bevrediger — onderzocht. Behoeften (essentiëel?, universeel?, natuurlijk of cultureel bepaald?) is een kwestie die al meer dan twee millenia wordt aangekaart door filosofen, economen, psychologen, sociologen, enzovoort. We geven het woord aan vertegenwoordigers van zoveel mogelijk ideologische strekkingen, kennistheoretische standpunten en filosofische scholen.
“Eenvoud is een voorwaarde voor betrouwbaarheid.”
— Edsger Dijkstra —
Frugaal gedrag wordt vaak gekoppeld aan andere waarden dan ‘soberheid’ of ‘eenvoud’, zoals: autonomie, zekerheid, duurzaamheid, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, zelfontplooiing, enzovoort. Consumenten, ingenieurs, bestuurskundigen, budgetbeheerders … allemaal hebben ze vaak één of meer motieven om soberheid of eenvoud na te streven.
frugaal [sober] {1669} < frans frugal < latijn frugalis [degelijk, eenvoudig, matig], van frux (2e nv. frugis) [vrucht, veldvrucht (peulvruchten, koren), nut]; de 3e nv. daarvan frugi, tot bn. geworden met de betekenis ‘sober, degelijk, matig’, verwant met fructus [vrucht], frui (verl. deelw. fructum) [genieten, genot hebben van] (vgl. frui).
— P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch
woordenboek:
de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie,
Utrecht/Antwerpen —